Op 30 Januari verscheen in NRC Handelsblad een pleidooi van Prof. H.W. von der Dunk voor een ceremonieel koningschap.
Hier kunt u het artikel lezen
In de discussies lijken er twee alternatieven te worden voorgelegd: een monarchie of een monarchie. Statutair streeft Pro Republica echter de republiek na, maar veel van onze leden zouden met het door Prof. von der Dunk bepleitte "Zweedse model" reeds genoegen nemen. Het is een geluid dat geregeld te horen is: hetzij door een beledigd parlementslid dat luidruchtig een steen in de vijver werpt, hetzij door speculaties over een komende abdicatie.
Ook de monarch betekent in post-absolutistisch tijdperk nog steeds een bestuurlijke black box, dat zich aan parlementaire controle onttrekt. Het diffuse pragmatische compromis van de constitutionele monarchie is daardoor onaanvaardbaar. De essentie van de constitutioneel vorst is dat hij discreet moet handelen wil hij efficiënt kunnen handelen. Verborgenheid als hoeksteen van een bestuurlijk bestel staat haaks op de pijler van de moderne democratie, namelijk transparantie en openheid van bestuur. In zoverre zou een gedepolitiseerd koningschap inderdaad wenselijk zijn door het bestuurlijke monstrum van Thorbecke uit de grondwet te verwijderen.
Toch is nog een en ander af te dingen op het pleidooi voor een ceremonieel koningschap. In de eerste plaats zou de historische plooi niet worden gladgestreken, immers, het zou hoogstens leiden tot een 'pseudo-president' in een 'amfibische pseudo-republiek'. Nederland blijft dan een monarchie als staatsvorm behouden maar dan met een republikeinse regeringsvorm. Het ene compromis wordt dan verruild voor het andere. Nadeel is echter wel dat de koning in dat geval geheel onkwetsbaar is geworden, en de weg naar een republikeinse staatsvorm vrijwel definitief wordt afgesneden.
In de tweede plaats is er het emotionele argument. De historische verankering van de Oranje-stadhouders als 'pseudo-monarchen' in een 'amfibische pseudo-republiek' zou tot een emotionele verwevenheid met het Nederlandse volk hebben geleid, dat een monarchie met gedepolitiseerd koningschap zou rechtvaardigen. In zijn historische overzicht verzuimt von der Dunk echter melding te maken van de politieke rust en economische voorspoed die tijdens de republiek heerste tijdens de stadhouderloze periodes, dankzij het Oranjeloze bestuur en zeer nadrukkelijk ondanks de Oranjes. Met andere woorden: er is altijd, reeds vanaf Maurits, een politieke tegenbeweging geweest die dit pseudo-element wenste te elimineren. Die tegenbeweging herkende in het erfelijk stadhouderschap een bestuurlijk instabiele factor.
Die tegenbeweging is evenzeer in het Nederlands collectief bewustzijn verankerd als de door von der Dunk vermeende aanhankelijkheid. Dat is het diep gewortelde gevoel geen onderdaan te willen zijn, nimmer en van niemand, dan hoogstens van zichzelf. Deze mentale houding treft men door het gehele politieke spectrum aan en in alle sociale lagen van de bevolking.
Het laten voortbestaan van de monarchie als een staatkundige anomalie omdat nu eenmaal 'de samenleving aan elkaar hangt van anomalieën en relicten' biedt daarvoor onvoldoende bestuurlijke en emotionele grondslag.
Reageren? Lees eerst onze huisregels. Uw reactie wordt gemodereerd.
|